Bij de ORM Bachelor (Ondernemerschap en Retailmanagement) wordt eJournal gebruikt voor de cursussen behorend bij kerntaak 2:
"De ondernemer neemt de regie en werkt (pro)actief aan een ondernemende mindset waarbij kennis, vaardigheden en houding ingezet worden om in een veranderende wereld meervoudige waarde te creëren."
Collecties
Per cursus voeren studenten één of meer projecten uit waarbij ze werken aan de twee deeltaken 'kritisch vermogen en zelfreflectie' en 'ondernemende mindset met impact'.
Elke Brightspace-cursus is gekoppeld aan een cursus in eJournal. Binnen een cursus werkt eJournal met collecties. Een collectie kun je zien als een toetsonderdeel. Het cijfer voor dat toetsonderdeel komt ook terug in Brightspace in een kolom bij Grades.
In principe is er één collectie per project. Echter, sommige projecten bevatten een combinatie van groepswerk en individueel werk. Hiervoor zijn in eJournal aparte collecties aangemaakt (net zoals in Brightspace bij individuele en groeps-assignments).
- In een groepscollectie doen studenten alles samen en krijgen ze een gezamenlijke beoordeling.
- In een individuele collectie kunnen studenten wel samenwerken, maar worden ze individueel beoordeeld.
Voor de herkansingen worden ook aparte collecties aangemaakt.
Bewijsstukken via activiteiten en sjabloon
In een collectie verzamelen studenten 'bewijsstukken' waarmee ze laten zien dat ze werken aan het project en daarmee werken aan de deeltaken en prestaties.
Per project is een aantal bewijsstukken verplicht (dit wisselt per project), zoals een plan van aanpak, een go/no-go moment, een draaiboek en een individuele reflectie. Daarvoor zijn activiteiten klaargezet met verplichte en optionele velden die de student moet invullen. Studenten kunnen daarin meerdere versies inleveren van één bewijsstuk.
Daarnaast verzamelen studenten zelf meerdere bewijsstukken door middel van een sjabloon waarin zij beschrijven welke activiteit ze gedaan hebben en waarom dit een bewijsstuk is voor het project.
Koppelen aan ontwikkeldoelen
In het project Ontwikkeldoelen (leerjaar 2), Ondernemer van de Toekomst (leerjaar 3) en bij de Stage (leerjaar 4) formuleren studenten hun eigen ontwikkeldoelen en leggen ze bewijsstukken vast die ze koppelen aan deze ontwikkeldoelen.
Daarvoor gebruiken we eerst 2 (leerjaar 2) of 4 (leerjaar 3 en 4) labels ('categorieën') die binnen de collectie zijn gedefinieerd, met de vaste namen 'Ontwikkeldoel 1' t/m 'Ontwikkeldoel 4'. Eventueel laten we studenten op termijn deze ontwikkeldoelen zelf definiëren in eJournal door middel van 'persoonlijke categorieën'.
In de bovengenoemde projecten koppelen studenten hun bewijsstukken aan deze ontwikkeldoelen, zodat docenten later gemakkelijk alle bewijsstukken van een ontwikkeldoel bij elkaar kan zien.
Feedback
Tijdens de bijeenkomsten ontvangen studenten feedback van de docenten op één of meer bewijsstukken. Aan de hand daarvan maken ze verbeteringen in de bewijsstukken. Studenten leggen de ontvangen feedback zelf vast door middel van een zelfreflectie bij hun bewijsstuk. Ook vermelden ze daarbij wat ze met deze feedback hebben gedaan of gaan doen.
In elk project vragen studenten ook feedback van anderen (ook externen) op hun ontwikkeling op de ondernemersrollen.
Evaluatie / zelfreflectie
Aan het eind van het project doen studenten een groepsevaluatie en/of zelfreflectie.
Beoordeling
De beoordeling wordt gedaan door middel van de 'collectiebeoordeling', aan de hand van een rubric die criteria bevat, die volgen uit de twee deeltaken en bijbehorende prestaties per jaar. De deeltaken en prestaties zijn op programmaniveau (opleidingsniveau) vastgelegd, waardoor de ontwikkeling van studenten 'over de modules' heen te volgen is.
De rubric bevat ook voorwaardelijke criteria. Als de student niet voldoet aan de voorwaarden, krijgt deze automatisch een onvoldoende.
Het cijfer dat volgt uit de beoordeling wordt automatisch ook zichtbaar in Brightspace. De cijfers van de verschillende projecten worden daar per cursus opgeteld tot een eindcijfer.