Onderwijslogistiek Support

Zes basisprincipes van digitale toegankelijkheid

Aangepast op

Digitale toegankelijkheid betekent dat iedereen digitale informatie kan gebruiken, ook mensen met een functiebeperking. Denk bijvoorbeeld aan studenten met een visuele beperking, dyslexie, gehoorbeperking of motorische beperking.

Door onderstaande basisprincipes toe te passen maak je je digitale content beter toegankelijk en sluit deze aan bij de WCAG-richtlijnen (Web Content Accessibility Guidelines).

Deze richtlijnen vormen een praktisch startpunt voor het maken van toegankelijke documenten, presentaties, webpaginas en cursusmateriaal.

1. Gebruik een duidelijke structuur en opmaak

Een goede structuur helpt gebruikers en ondersteunende technologien, zoals screenreaders.

Let daarom op het volgende:

  • Gebruik kopstijlen (Heading 1, Heading 2, etc.) om een duidelijke structuur aan te brengen.
  • Zorg voor een logische leesvolgorde van links naar rechts en van boven naar beneden.
  • Gebruik opsommingstekens en genummerde lijsten voor overzicht.
  • Gebruik maximaal twee of drie lettertypes en kies bij voorkeur een goed leesbaar lettertype zoals Arial of Calibri.
  • Schrijf afkortingen de eerste keer volledig uit.

Gebruik bij voorkeur de ingebouwde opmaakfuncties van Word, PowerPoint of het LMS, zodat ondersteunende technologie de structuur kan herkennen.

2. Gebruik alt-tekst bij afbeeldingen

Afbeeldingen kunnen belangrijke informatie bevatten. Voor gebruikers met een screenreader moet deze informatie ook beschikbaar zijn.

Daarom:

  • Voeg alt-tekst (alternatieve tekst) toe aan informatieve afbeeldingen.
  • Beschrijf kort wat er op de afbeelding staat en wat relevant is.
  • Markeer afbeeldingen als decoratief wanneer ze geen inhoudelijke betekenis hebben.
  • Vermijd afbeeldingen die alleen tekst bevatten.

3. Zorg voor voldoende kleurcontrast

Een goed kleurcontrast zorgt ervoor dat tekst leesbaar blijft voor mensen met een visuele beperking of kleurenblindheid.

Belangrijke richtlijnen:

  • Gebruik voldoende contrast tussen tekst en achtergrond.
  • Gebruik kleur nooit als enige manier om informatie over te brengen.
  • Gebruik bijvoorbeeld ook iconen, labels of tekst om informatie duidelijk te maken.

Je kunt contrast controleren met een contrastchecker.

4. Gebruik tabellen op een toegankelijke manier

Tabellen kunnen lastig te interpreteren zijn voor screenreaders wanneer ze niet goed zijn opgebouwd.

Let daarom op het volgende:

  • Gebruik een kopregel (table header) in tabellen.
  • Gebruik tabellen alleen voor data, niet voor opmaak.
  • Vermijd samengevoegde cellen waar mogelijk.
  • Voeg indien nodig een korte beschrijving van de tabel toe.

Links moeten ook begrijpelijk zijn wanneer ze buiten de context worden gelezen (bijvoorbeeld door een screenreader).

Gebruik daarom:

  • Beschrijvende linkteksten zoals
  • Bekijk de handleiding Digitale Toegankelijkheid (PDF).
  • Vermijd linkteksten zoals
  • Klik hier of Lees meer.

Geef indien relevant ook aan welk type bestand wordt geopend, bijvoorbeeld PDF of Word.

6. Maak video en audio toegankelijk

Multimedia moet ook toegankelijk zijn voor studenten met een auditieve of visuele beperking.

Let daarom op:

  • Voeg ondertiteling toe aan videos.
  • Zorg voor een transcript van audio-opnames.
  • Gebruik bij complexe videos eventueel audiodescriptie.
  • Controleer automatisch gegenereerde ondertiteling en corrigeer deze waar nodig.
Vorige Artikel Hoe ga ik om met digitale toegankelijkheid in Adobe Acrobat